22-10-07

Translatie in lig, trekkend, actief

 

Situatie 

De patiënt ligt in ruglig, één been is inactief.De patiënt moet naar de andere zijde van het bed verplaatst worden. Voorbereiding
  1. Ga aan de inactieve zijde staan.
  2. Plaats de dichtstbijzijnde hand onder de lenden.
  3. Vraag de patiënt de verstverwijderde arm tot aan de overzijde van het bed te brengen.
  4. Vraag de patiënt het actieve been te buigen en te verplaatsen naar de te bereiken zijde.
  5. De patiënt verplaatst het hoofd naar de te bereiken zijde.
  6. Ga zelf in bankhouding staan en plaats twee lepels onder het inactieve been t.h.v. de dij en de kuit.
 Actie
  1. Vraag de patiënt zich zijwaarts te verplaatsen naar de te bereiken zijde van het bed. Hij doet dit door te steunen op de actieve arm, hand en voet en door zich af te duwen op het hoofd.
  2. Verplaats gelijktijdig het inactieve been door een voorwaartse passerelle

01-10-07

Translatie in lig, trekkend, passief

Situatie

            Patiënt ligt in ruglig en moet naar de bedrand worden gebracht.De uitvoerder staat aan de kant van het bed waar de patiënt moet komen.  

Voorbereiding

 Ø      Patiënt ligt maximaal op één kussen.Ø      Leg de armen van de patiënt in neutrale houding (op de buik)Ø      Plaats het hoofd van de patiënt in de richting van de beweging. 

Actie

 Plaats lepels met de voorarmen in supinatie lumbaal en onder het bekken van de patiënt.

Neem een bankhouding aan en ga in rappèl om de patiënt de verplaatsen. Zorg ervoor dat de verplaatsingen over eenzelfde afstand gebeuren en dat er steeds wordt gewerkt van hoofdeinde naar voeteinde of omgekeerd.

15-08-07

Wentelen van zijlig naar ruglig

Situatie:

Patiënt ligt in zijlig en moet op de rug gedraaid worden, zoals bij wisselhoudingen vaak het geval is.

Voorbereidingen:

  • Uitvoerder staat aan de minst actieve zijde.
  • Breng de voorarm van de verst verwijderde arm van P. onder het voorhoofd. (verdriethouding)
  • Uitvoerder brengt de dichtstbijzijnde arm van P. in de liesplooi en het dichtstbijzijnde been over het andere. (voorarmhefbomen)
  • Plaats één arm als hefboom tussen de dijen van de patiënt en neem de pols die onder het hoofd ligt vast met een cilindergreep (stevig vastnemen rond de pols)

Actie:

De verzorger trekt de arm van de patiënt onder zijn hoofd door en gebruikt gelijktijdig de andere arm als hefboom t.h.v. het bekken.Het wentelen wordt gelijkmatig vervolledigd, hou er steeds rekening mee dat het tempo aangepast is aan de patiënt.

05-04-07

Wentelen van ruglig naar zijlig

Situatie:

Patiënt ligt in ruglig en moet in zijlig worden gebracht, bvb. bij wisselhoudingen. De persoon die de techniek uitvoert staat zo nodig aan de inactieve zijde van de patiënt. (Bij CVA, Li hemiplegie sta je dus aan de Linker zijde) Voorbereiding:           

Patiënt:

  • Verst verwijderde arm naast het hoofd van P. leggen. Eventueel kan men ook gewoon de arm op de borst leggen en de hand t.h.v. het sleutelbeen: bvb. bij pijnlijke schouder.     
  • Leg de dichtstbijgelegen arm op de buik of borstkas.
  • Leg de dichtstbijgelegen voet over de andere voet. 
Uitvoerder:
  •  Leg je voorarm onder het schouderblad en de hand t.h.v. het sleutelbeen.
  • Ga in bankhouding staan een plaats een voorarm als hefboom tussen de dijen.
  •  Zorg ervoor dat bekken- en schoudergordel goed aansluiten. 
Actie Duw met de borstkas, strek de benen en gebruik de voorarm als hefboom om de patiënt in zijlig te brengen.

Zorg er nadien voor dat de patiënt stabiel ligt en plooi het onder- of bovenliggende been (zie foto)

veiligheidshouding

 

24-03-07

Hef- en Tiltechnieken in de Verzorgingssector, Inleiding

  1. Aandachtspunten
  • Patiënt staat "centraal": benader hem/haar op de correcte manier, pleeg overleg (kort en duidelijk bevel geven)

 

  1. Technische vaardigheden

 

Niet besparing van energie is belangrijk, wel het optimale gebruik van het bot- en spierapparaat.

Verschillende spiergroepen zijn belangrijk.

De inspanning voor de rugspieren wordt verlegd naar de beenspieren.

Stabilisatie en coördinatie vanuit perfecte uitgangshouding moeten worden getraind.

Herhalen (oefenen) is de regel!

"Til met je verstand in plaats van met je rug"

Niet panikeren: eerst vooraf situatie analyseren.

 

gewoonteTiltechnieken zijn geen wondermiddel: we kunnen niet tillen boven onze mogelijkheden en moeten onze eigen draagkracht en de factoren kracht en vaardigheid inschatten.

De algemene conditie en mate van getraind zijn, zijn belangrijk.

Sensibilisatie en mentaliteitsverandering moet reeds van in de jonge jaren starten.

 

 

 

 

 

  1. Welke Tiltechnieken?

 Volgende Tiltechnieken zullen we bespreken en oefenen in het praktijk-gedeelte.

Ø      Wentelen (ruglig nr. zijlig, zijlig nr. ruglig)

Ø      Translatie in lig, duwend en trekkend

Ø      Rechtop zetten van ruglig nr. zit

Ø      Rechtop staan van zit nr. stand

Ø      Transfer van stand nr. rolstoel

Ø      Transfer van rolstoel nr. stand

Ø      Van stand nr. zit

Ø      Van zit nr. ruglig

Ø      Rechtop zetten in zit (langs achter en langs voor)

Ø      Rechtop zetten in zit met helpers

Ø      Billenmars nr. voor

Ø      Billenmars nr. achter

Ø      Neerleggen van zit nr. lig

Ø      Hogerop brengen in bed

 

!! Belangrijk !!

Pas goed de omgeving aan aan je behoeften. Bij transfer van rolstoel nr. bed, pas dan eerst de hoogte van het bed aan. Bij bvb. een transfer van lig nr. zit zet dan het bed op aangepaste hoogte.

Breng je een bewoner naar achteren in de rolstoel, kijk dan goed of de rolstoel vast staat.

Zo kan je vóór elke tiltechniek eerst de omgeving aanpassen met als doel je rug te sparen.